Continentie

Nefrodrain: waar moet je op letten?

Vertel / 11 tips bij een nefrodrain Gepubliceerd op 20 augustus 2020 Een nierdrain, of met een moeilijk woord nefrostomiekatheter, is nodig als de doorgang van urine tussen de nier en blaas gehinderd wordt. Waar moet je op letten als je een nefrodrain krijgt? Verpleegkundige Brigitte Bocken legt uit.

  1. Een nefrodrain fixeer je met een drainpleister. Over het algemeen hoef je deze maar een keer per week te verwisselen.
  2. Trek nooit aan de nefrodrain en zorg er ook voor dat anderen dit niet (per ongeluk) kunnen doen.
  3. Er mag geen knik in de nefrodrain of urinezak zitten. Dan loopt de urine namelijk niet af.
  4. Probeer het systeem een week gesloten te houden. Dit betekent dat je slechts een keer per week een nieuwe beenzak aanbrengt. Hierdoor verklein je de kans op een infectie.
  5. Bevestig een beenzak met beenbandjes of met een fixatiekous, zodat deze goed blijft zitten.
  6. Koppel voor het slapen gaan een nachtzak aan de beenzak. Vergeet niet het kraantje van de beenzak open te zetten.
    ’s Ochtends ontkoppel je de beenzak weer en sluit je het kraantje van de beenzak.
  7. Een nachtzak kun je eventueel aan een nachtzakhouder bevestigen. Zo’n nachtzakhouder hang je aan de bedrand. Hierdoor heb je de vrijheid om te bewegen tijdens je slaap.
  8. Met een nefrodrain mag je gewoon douchen, tenzij de arts of verpleegkundige iets anders aangeeft. Vergeet niet de nefrodrain af te plakken met daarvoor bestemde pleisters.
  9. Zorg dat je voldoende drinkt, het liefste water. Drink minimaal twee liter per dag, tenzij je behandelend arts anders aangeeft.
  10. Als er geen urine in de been- of nachtzak loopt of als er urine langs de insteekopening loopt, raadpleeg dan je behandelend arts. Meestal gaat dit gepaard met pijn in de nierstreek en met koorts.
  11. Soms moet je een nefrodrain spoelen. Je krijgt hiervoor instructies van je behandelend arts of van een verpleegkundige. Volg deze instructies altijd nauwlettend op.