Wat is urineretentie precies? 

Het woord retentie betekent vasthouden. Bij urineretentie houdt je blaas urine vast die er niet (voldoende) uit kan. 

  • Bij acute urineretentie kun je plotseling niet meer plassen, terwijl je sterke aandrang hebt. De blaas raakt snel overvol en dit geeft hevige pijn. Dit is een medische noodsituatie. Vaak komt dit doordat de uitgang van de blaas of de plasbuis geblokkeerd is. 
  • Bij chronische urineretentie leegt de blaas zich langere tijd niet goed. Je plast wel, maar er blijft steeds meer urine in de blaas achter. Daardoor rekt de blaas uit en vergroot de kans op blaasinfecties en incontinentieklachten. 

Met een echo van de blaas wordt gemeten hoeveel urine er achterblijft. Dit wordt ook wel “bladderen” genoemd. 

 

Residu of retentie: wat is het verschil? 

Bij blaasproblemen hoor je vaak de termen residu en retentie. 

  • Bij blaasretentie lukt het niet (goed) om de blaas leeg te plassen. 
  • Bij blaasresidu blijft er na het plassen urine in de blaas achter. 

Een blaasresidu is dus vaak het gevolg van retentie: doordat je de blaas niet goed leeg plast, blijft er steeds een restje urine achter. 

 

Waardoor ontstaat urineretentie? 

Urineretentie kan verschillende oorzaken hebben. Enkele veelvoorkomende zijn: 

  • Vergrote prostaat (bij mannen) 
  • Vernauwing van de plasbuis (de blaasspier krijgt de urine er niet doorheen) 
  • Obstipatie 
  • Verzakking van de vagina, blaas of het rectum 
  • Urinewegstenen 
  • Een narcose of ruggenprik 
  • Een bevalling 
  • Zenuwschade 
  • Gebruik van bepaalde medicijnen 

 

Wil je meer weten over een van deze oorzaken? 

Lees dan verder op de pagina over de oorzaken van retentie.

Wat is het verschil tussen incontinentie en retentie? 

Het woord continentie gaat over het kunnen ophouden van urine; retentie over het kunnen lozen van urine. 

  • Bij incontinentie kun je urine niet goed ophouden. Er lekt dan ongewild urine weg, bijvoorbeeld bij hoesten, lachen, tillen of een plotselinge aandrang. De blaas loopt relatief makkelijk leeg, maar op momenten dat jij dat níet wilt. 
  • Bij retentie kun je urine niet goed kwijt. Je voelt (soms) wel aandrang, maar er komt weinig of niets, waardoor urine zich opstapelt in de blaas. De blaas wordt dan juist niet goed leeg. 

Soms kunnen beide problemen naast elkaar voorkomen, bijvoorbeeld wanneer de blaas door retentie overvol raakt en er toch urine ontsnapt (overloopincontinentie). 

Leven met retentie 

Urineretentie moet altijd behandeld worden. Zonder behandeling[LINK] kan deze aandoening ernstig schadelijk zijn en in sommige gevallen zelfs levensbedreigend. 

Meestal wordt retentie behandeld met een katheter. Daarbij wordt een dun slangetje via de plasbuis in de blaas gebracht waardoor de urine kan wegstromen. Dat haalt de druk van de blaas af. Er bestaan verschillende soorten katheters; afhankelijk van jouw situatie krijg je een tijdelijke of een permanente katheter. 

Een katheter heeft veel invloed op je dagelijkse leven. Je gaat niet naar het toilet zoals anderen dat doen en bij een permanente katheter moet deze om de 6–8 weken in het ziekenhuis worden vervangen. Daarnaast draag je een urinezak die je altijd bij je hebt. 

Wil je weten hoe je het leven met een katheter makkelijker kunt maken? MediReva heeft praktische tips voor je verzameld op de pagina: Tips voor omgaan met een katheter. 

MediReva: jouw partner bij retentiezorg 

Niet (goed) kunnen plassen heeft vaak grote impact op je leven. Dat begrijpen wij bij MediReva. Gelukkig is er meestal een passend hulpmiddel beschikbaar om zo goed mogelijk met retentie om te gaan. MediReva helpt bij het vinden en gebruiken van de juiste hulpmiddelen en materialen op het gebied van retentiezorg, zodat jij je dagelijkse activiteiten weer zo goed mogelijk kunt oppakken.