Wat is urineretentie? 

Retentie betekent letterlijk vasthouden. Bij urineretentie houdt de blaas urine vast die er niet (voldoende) uit kan, omdat je helemaal niet kunt plassen of alleen kleine beetjes. 

Wil je eerst meer weten over wat retentie precies is? Lees dan verder op: Wat is urine‑retentie?

Oorzaak 1: Vernauwing van de plasbuis 

Bij een vernauwing van de plasbuis is het slijmvlies beschadigd geraakt, bijvoorbeeld door een val, een operatie of een geslachtsziekte. De doorgang wordt smaller, waardoor urine moeilijker naar buiten kan. Als de blaasspier niet genoeg kracht heeft om de urine door die vernauwing te persen, kan urineretentie ontstaan. 

Oorzaak 2: Obstipatie 

Ernstige verstopping (obstipatie) kan druk geven op de plasbuis. De volle endeldarm drukt de plasbuis als het ware dicht, waardoor de urine niet goed uit de blaas kan wegstromen en daar achterblijft. 

Oorzaak 3: Urinestenen

Urinestenen ontstaan door een ophoping van kalk en zouten in de urine. Een klein steentje kan vaak nog met de urine worden uitgeplast. Wordt een urinesteen te groot of blijft deze in de plasbuis steken, dan blokkeert hij de afvoer van urine. De urine kan dan niet weg, waardoor je niet (goed) kunt plassen en retentie krijgt. 

Oorzaak 4: Vergrote prostaat (bij mannen) 

Bij het ouder worden kan de prostaat van een man groter worden. De prostaat ligt om de plasbuis heen, dus wanneer deze groeit, wordt de plasbuis nauwer. Dit kan leiden tot klachten bij het plassen en, in ernstige gevallen, tot blaasretentie: de blaas kan dan niet meer goed leeg. 

De prostaat kan ook groter of stugger worden door prostaatkanker. Vaak is dan een operatie of bestraling nodig. Soms wordt daarna een katheter of een stoma aangelegd om de urine goed af te voeren. 

Oorzaak 5: Verzakkingen 

In de onderbuik houden spieren en bindweefsel de blaas en andere organen op hun plek. Wanneer deze structuren verzwakken, kunnen organen gaan verzakken. Zo’n verzakking kan tegen de urinebuis aandrukken en deze afknellen, waardoor urineretentie ontstaat. 

Verzakkingen die vaak een rol spelen bij retentie zijn onder andere: 

  • Verzakking van de blaas 
  • Verzakking van het rectum (endeldarm) 
  • Verzakking van de vagina (bij vrouwen) 

Oorzaak 6: Narcose en ruggenprik 

Tijdens en kort na een narcose of ruggenprik zijn zenuwen (tijdelijk) verdoofd. Hierdoor voel je de prikkel om te plassen minder goed of helemaal niet. Ook de aansturing van de blaasspier kan tijdelijk verstoord zijn. Dat kan leiden tot (tijdelijke) urineretentie. 

Oorzaak 7: Zenuwschade 

De blaas en de spieren rondom de blaas worden aangestuurd door zenuwen. Als deze zenuwen beschadigd raken, kan de samenwerking tussen blaas en spieren verstoord worden. Dit kan gebeuren door: 

  • Een operatie of ongeluk 
  • Ziekten zoals MS 
  • Diabetes (zenuwschade door langdurig verhoogde bloedsuikers) 

Wanneer de zenuwen de blaas niet goed meer aansturen, kan het moeilijk worden om de blaas te legen, met retentie als gevolg. 

Oorzaak 8: Bevalling

Tijdens de zwangerschap plassen veel vrouwen juist vaker. Direct na de bevalling kan het tegenovergestelde optreden: je voelt minder aandrang om te plassen of plassen lukt niet goed. Vermoeidheid, pijn en uitgeputte bekkenbodemspieren spelen hierbij een rol. 

Deze vorm van retentie is meestal tijdelijk. Krijg je buikpijn, een gespannen gevoel in de onderbuik of kun je alleen kleine beetjes plassen? Neem dan contact op met je verloskundige of arts. 

Oorzaak 9: Medicijnen

Sommige medicijnen beïnvloeden de signaaloverdracht tussen zenuwen en spieren of veranderen de spierspanning. Dat kan ertoe leiden dat de blaas minder krachtig samentrekt of dat de plasbuis juist te sterk dicht blijft. Voorbeelden zijn: 

  • Anticholinergica: verzwakken motorische signalen naar de blaasspier 
  • SNRI’s: kunnen ervoor zorgen dat de plasbuis of bekkenbodemspieren samentrekken 
  • Benzodiazepines: worden voorgeschreven bij angst- of slaapproblemen, maar kunnen ook blaasspieren te veel laten ontspannen 

Gebruik je medicijnen en merk je dat plassen moeilijker gaat? Bespreek dit altijd met je arts of apotheker.