Instructies voor incontinentie hulpmiddelen
Bij het gebruik van hulpmiddelen bij ongewenst urine- en/of ontlastingsverlies is het belangrijk dat je de juiste instructies volgt. MediReva denkt graag met je mee. Hieronder vind je onze algemene uitleg én een verwijzing naar onze handige instructievideo’s.
Video-instructies voor het gebruik van hulpmiddelen
Voor een goed en comfortabel gebruik van hulpmiddelen is een juiste toepassing essentieel. In ons kenniscentrum vind je verschillende instructievideo’s die je hierbij stap voor stap begeleiden. Daar laten we je precies zien hoe je diverse veelgebruikte hulpmiddelen en verzorgingsmaterialen optimaal inzet.
Hoe gebruik je incontinentiemateriaal?
Welk incontinentiemateriaal het meest geschikt is, hangt af van de hoeveelheid urine- en/of ontlastingsverlies en van jouw persoonlijke situatie. Een van onze gespecialiseerde medewerkers kan je hierbij adviseren. Ook je huisarts of een verpleegkundige in het ziekenhuis kan samen met jou kijken welk product het beste past.
Instructies voor absorberend incontinentiemateriaal
Absorberende materialen zijn voorzien van superabsorberende korrels, anti-lekrandjes en een niet-doorlaatbare onderlaag. De korrels nemen veel vocht op, helpen de lichaamstemperatuur te behouden en beperken nare geurtjes. Met onderstaande tips haal je het beste uit dit materiaal.
1. Creëer een plasgootje
Vouw het materiaal dat je uit de verpakking haalt eerst in de lengterichting. Zo ontstaat er een soort plasgootje dat de urine beter opvangt.
2. Draag goed passend en stevig ondergoed
Het incontinentiemateriaal moet goed aansluiten op het lichaam. Als het kan verschuiven, is de kans op lekkage groter. Stevig ondergoed zorgt ervoor dat het materiaal op zijn plek blijft. In overleg met een gespecialiseerd verpleegkundige van MediReva of op voorschrift van een (huis)arts kun je in sommige gevallen speciale fixatiebroekjes gebruiken.
3. Wissel pas wanneer het materiaal verzadigd is
Grotere materialen hebben een speciale vochtindicator in het midden van het verband. Aan de verkleuring van deze lijn kun je zien of het verband verzadigd is. Moet je erg vaak wisselen? Kies dan voor een product met een hogere absorptiecapaciteit.
4. Gebruik maar één incontinentiemateriaal tegelijk
Draag nooit meerdere of verschillende verbanden over elkaar. Dit vermindert de werking en vergroot de kans op lekkages.
Incontinentie tegengaan
Heb je last van incontinentie of obstipatie, ga dan altijd eerst naar je huisarts. Deze kijkt wat de oorzaak van de klachten is en kan op basis daarvan een passende behandeling of hulpmiddel adviseren. Mogelijke opties zijn onder andere:
Bekkenbodemtraining
Als de arts vaststelt dat de incontinentie wordt veroorzaakt door een verzwakte bekkenbodem, zal hij of zij vaak bekkenbodemtherapie voorstellen. Een gespecialiseerde bekkenbodemfysiotherapeut leert je de spieren van de bekkenbodem op de juiste manier aan- en ontspannen. Hierdoor worden de spieren sterker, werkt het afsluitmechanisme van de blaas beter en nemen de incontinentieklachten af of verdwijnen ze zelfs.
Wil je hulpmiddelen gebruiken tijdens je bekkenbodemtraining? Bespreek dit dan altijd met je fysiotherapeut of huisarts. Ga je zelf op zoek naar producten om je bekkenbodem te trainen? Wees dan alert: soms worden niet-geteste seksspeeltjes gepresenteerd als medisch hulpmiddel.
Blaastraining
Een incontinentieverpleegkundige of bekkenfysiotherapeut kan je ondersteunen met blaastraining. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de maximale blaascapaciteit en je toilethouding. Door de gegeven instructies goed op te volgen, kunnen je klachten vaak aanzienlijk verminderen.
Medicatie
In sommige gevallen kan je huisarts of specialist medicijnen voorschrijven om de klachten te verminderen of te verhelpen. Specifieke ‘incontinentie-medicatie’ bestaat niet, maar middelen die worden ingezet bij aandrangklachten (urge-incontinentie) of urineweginfecties kunnen de klachten wel doen afnemen. Houd er rekening mee dat sommige medicijnen bijwerkingen kunnen hebben.
Operatie
Soms kunnen incontinentieklachten verminderen of verdwijnen door een operatieve ingreep. Dit gebeurt altijd in overleg met een gynaecoloog of andere behandelend specialist.