Incontinentie bij vrouwen
In Nederland hebben naar schatting honderden duizenden vrouwen te maken met een vorm van incontinentie. Zij kunnen plas of ontlasting niet altijd goed ophouden. Dat is vervelend en soms erg belastend, maar je bent zeker niet de enige. Hieronder lees je meer over wat incontinentie is en welke oorzaken bij vrouwen een rol kunnen spelen.
Wat betekent incontinent?
Je spreekt van incontinentie als je structureel ongewild urine of ontlasting verliest.
Een keer “in je broek plassen van het lachen” betekent dus nog niet dat je incontinent bent.
Ben je regelmatig urine kwijt bij bijvoorbeeld sporten, hoesten, niezen of tillen, of verlies je vaker ontlasting zonder dat je dat wilt? Dan kan er sprake zijn van incontinentie.
Incontinentie is geen ziekte op zichzelf, maar een gevolg van andere processen in het lichaam. Het komt bij veel vrouwen voor – jong én oud. Dat heeft onder andere te maken met:
- de vrouwelijke hormoonhuishouding
- veranderingen in de bekkenbodem
- zwangerschap en bevalling
- ouder worden
Vaak zien we klachten rondom de menopauze en tijdens of na een zwangerschap.
Oorzaken van incontinentie bij vrouwen
Dit zijn enkele veelvoorkomende oorzaken van incontinentie bij vrouwen.
1. Menopauze (overgang)
Tijdens de overgang maak je minder oestrogeen aan. Dat hormoon speelt een belangrijke rol bij de stevigheid van bindweefsel en spieren.
Door de afname van oestrogeen kunnen:
- de buikspieren wat uitrekken
- de bekkenbodemspieren slapper worden
- de plasbuis en sluitspier minder krachtig afsluiten
De plasbuis heeft dan meer moeite om de druk van de blaas te weerstaan. Bij inspanning – bijvoorbeeld hoesten, niezen, lachen of sporten – neemt de druk in de buik toe en kan er urineverlies optreden (stress-incontinentie).
2. Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap komen hormonen vrij die je lichaam voorbereiden op de bevalling. Daardoor verslappen de bekkenbodemspieren en ook andere spieren in je lichaam wat.
Daarnaast:
- neemt je baby meer ruimte in, waardoor er minder plek is voor de blaas
- werken je nieren efficiënter, waardoor je blaas sneller vol raakt
De combinatie van minder spierspanning en minder ruimte zorgt ervoor dat je vaker moet plassen en makkelijker urine verliest, bijvoorbeeld bij hoesten, niezen of tillen. Dat noemen we (tijdelijke) incontinentie tijdens de zwangerschap.
3. Ouderdom
Naarmate je ouder wordt, neemt de spierkracht af – ook in:
- de spieren rondom de blaas
- de bekkenbodem
- de sluitspier van de anus
Daardoor kan het lastiger worden om de sluitspieren goed aan te spannen of het aandranggevoel goed te herkennen. Als sluitspieren ongemerkt verslappen, kan urine of ontlasting weglekken.
Ook de blaasspier kan minder krachtig worden. De blaas leegt dan niet helemaal bij het plassen. Er blijft urine achter, wat kan leiden tot een overactieve blaas of blaasontstekingen – met als gevolg:
- plotselinge aandrang
- vaker moeten plassen
- meer kans op urineverlies
Daarnaast spelen mobiliteitsproblemen vaak mee: je voelt de aandrang wel, maar haalt het toilet niet op tijd. Incontinentiemateriaal kan dan extra zekerheid en rust geven.
4. Neurologische aandoeningen
Zenuwen sturen de spieren rond blaas en anus aan. Als die zenuwen zijn beschadigd, werken de spieren minder goed en kun je minder controle hebben over urine en/of ontlasting.
Zenuwschade kan onder andere ontstaan door:
- vaatafwijkingen
- een rughernia
- aangeboren afwijkingen
- een dwarslaesie
- bepaalde neurologische ziekten
Dit kan zowel urine-incontinentie als ontlastingsincontinentie veroorzaken.
Incontinentie bij jonge vrouwen
Bij vrouwen onder de 50 (vóór de menopauze) is incontinentie vaak het gevolg van:
- zwangerschap en bevalling
- neurologische schade of beschadiging van weefsels rond de bekkenbodem
Tijdens de bevalling krijgen de bekkenbodemspieren het zwaar te verduren. Ze kunnen oprekken, verzwakken of (tijdelijk) beschadigd raken.
Gevolgen kunnen zijn:
- moeite om de blaas helemaal leeg te plassen
- sneller urineverlies bij inspanning
- veranderingen in de stoelgang, zoals winderigheid, omdat de darmen opnieuw hun plek in de buik moeten vinden
Zowel urine- als ontlastingsincontinentie kan hierdoor ontstaan.