Hoe werken je darmen normaal? 

Na het eten wordt je voedsel verteerd in de maag en dunne darm. Daar worden de belangrijkste voedingsstoffen via de darmwand in het bloed opgenomen. Wat overblijft, gaat naar de dikke darm, waar vocht wordt onttrokken en de ontlasting dikker wordt. Deze wordt tijdelijk opgeslagen in het rectum (endeldarm). 

De kringspier bij de anus houdt de ontlasting tegen totdat je naar het toilet gaat. Zodra er genoeg ontlasting in het rectum zit, voel je aandrang en kun je – normaal gesproken – zelf bepalen wanneer je ontlast. 

Bij ontlastingsincontinentie gaat dit mis: je hebt minder controle over de aandrang of over de spieren rond de anus en verliest ongewild ontlasting. Dit noemen we ook wel fecale incontinentie. Naar schatting hebben in Nederland ongeveer 100.000 mensen hiermee te maken. 

Omdat ontlastingsincontinentie altijd een oorzaak heeft, is het belangrijk je klachten met je huisarts te bespreken. Die kan onderzoeken wat er aan de hand is en je zo nodig doorverwijzen.


 

Veelvoorkomende oorzaken van ontlastingsincontinentie 

1. Beschadiging of verslapping van de kringspier 

Na een zware bevalling kan de kringspier beschadigd raken. Ook een operatie in de buurt van de anus, een ongeluk of seksueel misbruik kan de kringspier beschadigen. 

Als de kringspier niet goed sluit, kun je de ontlasting minder goed ophouden en kan er ongewild ontlasting weglekken. Bij het ouder worden kan de kringspier bovendien geleidelijk verslappen.

Vaak gaat een verslapping van de kringspier samen met een minder goede werking van de zenuwen naar deze spier. Daardoor voel je de aandrang minder goed en merk je soms niet dat je ontlasting verliest. 

2. Beschadiging van de zenuwen 

Zenuwen sturen de kringspier en de bekkenbodemspieren aan. Raken deze zenuwen beschadigd, dan werken de spieren minder goed. 

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door:

  • een (zware) bevalling 
  • een operatie in de buurt van de anus of het bekken 
  • een ongeval 
  • ernstige of langdurige obstipatie 

Als de zenuwen niet goed functioneren, kun je de sluitspieren minder goed aansturen en neemt de controle over ontlasting af. 

3. Verzakking van de endeldarm (anale prolaps) 

Bij een anale prolaps is een deel van de endeldarm via de anus naar buiten gezakt. Dit ontstaat vaak doordat de bekkenbodemspieren en de anale kringspieren verzwakt zijn, waardoor de endeldarm niet meer goed wordt ondersteund.

Een anale prolaps kan na verloop van tijd leiden tot ontlastingsincontinentie, omdat het afsluitmechanisme rond de anus minder goed werkt. 

Mogelijke oorzaken van een anale prolaps zijn onder andere:

  • langdurig persen bij obstipatie 
  • een bevalling 
  • een tumor of poliep in de endeldarm 
  • een eerdere operatie waarbij de baarmoeder is verwijderd, waarbij ook steunweefsel van de endeldarm is weggehaald 

Doordat de endeldarm minder steun heeft, kan deze gemakkelijker uitzakken. 

4. Chronische darmontstekingen 

Bij chronische darmontstekingen, zoals de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa of proctitis, raakt het slijmvlies van (een deel van) de darm ontstoken. 

Als de endeldarm hierbij is aangedaan, kun je: 

  • een sterkere of plotselinge aandrang voelen 
  • minder goed uitstellen dat je naar het toilet moet 
  • slijm, bloed of dunne ontlasting verliezen 

Dit maakt het moeilijker om ontlasting op te houden en kan leiden tot ontlastingsincontinentie.